Calder

Alexander Calder stamde uit een echte beeldhouwersfamilie: zijn grootvader Alexander Milne Calder (afkomstig uit Schotland) heeft de 250 figuren van de Philadelphia City Hall in Philadelphia gebeeldhouwd en ook zijn vader, Alexander Stirling Calder, was een gerenommeerde beeldhouwer. Calder is als autodidact begonnen. Calder vertrok in 1926 naar Parijs, bezocht hier de Académie de la Grande Chaumière en leerde andere avant-gardistische tijdgenoten als Joan Miró, Hans Arp, Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en Marcel Duchamp kennen.

Uit een ontmoeting in 1930 met Piet Mondriaan in diens Parijse studio ontstonden zijn eerste mobiles, die ogenschijnlijk niet aan de wetten van de zwaartekracht onderworpen waren. Met deze mobiles werd hij uiteindelijk bekend en al in 1931 had hij zijn eerste grote tentoonstelling in Parijs.